Gisteren, 14 mei 2017, won Feyenoord voor de 15e keer het Nederlands landskampioenschap. Veel van dit succes wordt toegeschreven aan de rol die de Deense spits Nicolai Jørgensen dit seizoen heeft gespeeld. Met 21 doelpunten is hij in zijn debuutseizoen in de competitie topscorer geworden. Echter, de vraag is in welke mate dit zijn eigen verdienste is of het gevolg van spelen in een goed team.

 

Om deze vraag te beantwoorden maak ik gebruik van data van whoscored. Om er voor te zorgen dat alleen spitsen met elkaar worden vergeleken, pak ik data van de spelers die minimaal acht wedstrijden als spits aan een wedstrijd zijn begonnen. Van deze spelers heb ik de data van het hele seizoen 2016/2017 genomen.

 

Als eerste een blik op dat waar spitsen het meest op worden afgerekend; scoren. Zoals gezegd is Jørgensen topscorer geworden. Ook als we penalty’s niet meerekenen (Non Penalty Goals – NPG) komt hij op 20 goals voor het seizoen uit, twee meer dan Enes Ünal (Twente), en vier meer dan Ricky van Wolfswinkel (Vitesse) en Reza Ghoochannejhad (SC Heerenveen).

Het aantal goals dat een spits scoort ligt mede aan de speeltijd die hij krijgt. Jørgensen heeft bijna 2700 minuten gespeeld, terwijl Ajax spits Kasper Dolberg het met 2158 minuten moest stellen. Per 90 minuten scoort Jørgensen echter ook beter dan de andere spitsen; 0.67 goals per 90 minuten. Dolberg scoorde 0.63, Enal 0.59.

Hoe zit het met het aantal schoten? Als je 200 keer schiet, vliegt er altijd wel ééntje in. Qua goals per schot valt Jørgensen net buiten de top drie. Het meest efficiënt zijn Samuel Armenteros (Heracles, ex-Feyenoord) met 0.23 goals per schot, Fred Friday (AZ, 0.22), en Ghoochannejhad (0.21). Hierbij kun je de vraag stellen of hoge cijfers per sé goed zijn. Het kan namelijk ook inhouden dat een spits niet vaak genoeg schiet. Opvallend is wel dat Luuk de Jong (PSV) niet alleen een erg lage goals per schot ratio heeft (0.07), maar ook heel erg vaak schiet (3.82 schoten per 90 minuten, het meeste van de bekeken spelers). Op basis van deze gegevens zou je De Jong op zijn minst adviseren om minder vaak te schieten.

Ten slotte het befaamde concept expected goals (xG). Voor de dertig bekeken spelers heb ik de methodologie toegepast die hier beschreven staat. De beperkte dataset is een verbetering, aangezien in het origineel de missers van een linksback gebruikt worden om de xG van een spits te bepalen.

Op basis van de gegevens had Luuk de Jong topscorer moeten worden met een xG van 18. Hij is met zijn 8 goals dan ook de speler die het meest onder verwachting heeft gepresteerd. Jørgensen zou tweede hebben moeten eindigen (17), waarna er een gat had moeten vallen naar Dolberg en Van Wolfswinkel (14). Deze drie laatstgenoemde spelers scoorden allen boven verwachting (+3, +1, en +1 respectievelijk). Dit kan wijzen op geluk (binnenkant/buitenkant paal) of vaardigheid. Hiervoor zou data van meerdere seizoenen vergeleken moeten worden.

Naast De Jong had ook Sébastien Haller geen lekker seizoen met drie goals minder dan verwacht had mogen worden op basis van zijn schotlocaties. Jørgensen had zoals gezegd een overscore van +3, maar werd daarin geklopt door Ünal, Armenteros (beiden +5), en Ghoochannejhad (+4).

Natuurlijk is her enigszins dubieus om totalen te vergelijken. Sommige spelers zijn bijvoorbeeld pas in de winterstop gekomen. Per 90 minuten doet De Jong het niet veel beter. Hij had 0.58 goals moeten scoren per 90 minuten. Dit werden er 0.26. Naast de spitsen van de traditionele top drie, vinden we twee nieuwe namen bij xG/90: Tom van Weert (Groningen, 0.61) en Martin Pusic (Sparta, 0.71). Beiden hebben minder dan 1000 minuten gespeeld, en geen van beiden hebben ze hun xG/90 waar kunnen maken. Pusic staat desalniettemin in de top vijf voor Goals/90 (0.56).

Bij de overscores (hogere xG/90 dan Goals/90) staat één naam die nog weinig is genoemd: Fred Friday (AZ). Echter, zowel zijn NPG als zijn xG zijn lager dan die van zijn concurrent, Wout Weghorst. Dus, hoewel hij efficiënt is moet hij of vaker schieten, of vaker in de juiste positie komen.

 

In een volgend stuk zal gekeken worden naar andere cijfers voor spitsen. Er is namelijk meer te doen dan alleen scoren. Echter, we kunnen enkele tussen-conclusies trekken. De meesten zullen logisch zijn in de ogen van de Studio Sport kijker. Prima. Dat betekent dat de data en methodologie realistische resultaten opleveren. Hierdoor kunnen deze gegevens gebruikt worden om spelers te beoordelen die wat minder aandacht krijgen.

  1. Nicolai Jørgensen heeft inderdaad een prima seizoen gedraaid
  2. Kasper Dolberg is een groot talent, en absoluut geschikt om in de Eredivisie spits van Ajax te zijn.
  3. Luuk de Jong draaide een erg slecht seizoen. Mede gezien zijn leeftijd (26) moet PSV een keuze over hem maken.
  4. Haller noch Richairo Zivkovic lijken geschikt om momenteel Utrecht een stabiel top vier team te maken. Dit kan mogelijk mede verklaard worden door het gebruik van een andere formatie. Beide spelers zijn nog jong, en presteerden ook niet erg slecht, dus het is absoluut geen bezwaar als ze blijven.
  5. Enes Ünal is één van de beste spitsen van de Eredivisie. Zijn xG/schot is erg laag, maar hij is de enige die regelmatig (5x) van buiten de zestien heeft gescoord.
  6. Mimoun Mahi is een goede spits voor Groningen, en misschien voor een beter team. Hij moet echter aan zijn schotlocaties werken. Hij schoot bijna net zo vaak van buiten de 16 als Ünal (33x versus 34x), maar scoorde slechts twee keer.
  7. Ricky van Wolfswinkel, Samuel Armenteros, Reza Ghoochannejhad en Martin Pusic horen bij de betere afmakers van de eredivisie. Ook de spitsen van Willem II (Fran Sol en Obbi Oulare) hebben positieve cijfers.
  8. Mike van Duinen is niet goed genoeg voor een middenmoter. Nigel Hasselbaink is daarentegen wel mogelijk goed genoeg voor Excelsior.
  9. Sam Hendriks (Go Ahead Eagles), Zakaria El Azzouzi, Martin Pusic (beiden Sparta) en Nicolai Brock-Madsen (PEC Zwolle) zijn te goed voor de teams waarin ze speelden. Als Queensy Menig (PEC Zwolle) wat minder van afstand gaat schieten kan dat ook voor hem gelden.